|
|
| |
| |
| |
 |
Leegte, leegte die ademt
Het typografisch wit in de moderne poëzie |
| Yra van Dijk
|
| |
Het
idee is even eenvoudig als verbluffend: waarom kijken we bij het lezen
naar de letters en niet naar het wit daaromheen? Yra van Dijk bewijst
dat deze zienswijze grote gevolgen heeft voor het begrijpen van poëzie.
Hoe onbewust deze ook kan worden gemaakt, de dichter neemt beslissingen
als hij een nieuwe regel begint of een volgende strofe. Het wit dat dan
ontstaat, markeert niet alleen een verschil met proza – het laadt vóór
alles betekenis op. Bij wijze van voorproef heeft Van Dijk in een
spraakmakend artikel over Martinus Nijhoffs legendarische,
ogenschijnlijk stukgelezen gedicht ‘De moeder de vrouw’ reeds
gedemonstreerd wat zo’n ingang aan nieuwe inzichten oplevert, voor
lezers, voor de wetenschap én voor poëzie. Over de blik op het
afwezige is nagedacht door belangrijke auteurs als Stéphane Mallarmé,
Maurice Blanchot en Paul Celan, wier fascinerende visies op de materie Leegte, leegte die ademt
nu in het Nederlandse taalgebied introduceert. Zuivere theorie blijft
echter hulpeloos. Daarom verfijnt Yra van Dijk bestaande ideeën door
zorgvuldige bespiegelingen over het werk van de vier misschien wel
grootste Nederlandstalige dichters: Leopold, Van Ostaijen, Nijhoff en
Faverey. Onze kijk op hun poëzie zal nooit meer hetzelfde zijn.
Yra van Dijk (1970) was als criticus verbonden aan de Volkskrant en bespreekt nu Franse literatuur en Nederlandse non-fictie voor NRC Handelsblad. Ze droeg bij aan de studie En gene schitterde op de rede. Over Kees Ouwens (2002) en publiceerde essays en kritieken in onder meer De Gids, Literatuur, Nederlandse letterkunde, Parmentier, Raster en Yang. |
| |
| ISBN 978 90 77503 29 4 |
| NUR 621 |
| paperback, 15x23 cm |
| 448 pagina's |
| € 29,90 | leverbaar | bestel |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|