Najaarsaanbieding 2010
zomerse leestips
9 juli: Het einde
van het Koninkrijk
Architectuur
Avant-garde
Boekwetenschap
Cultuurwetenschap
Essay
Facsimile
Film
Filosofie
Geschiedenis
Letterkunde
Poëzie
Vertalen
 
 
Een belangrijke bijdrage aan de hoogst actuele canondiscussie
In de geest van de Franse socioloog Bourdieu neemt Joosten aan dat literaire waarde geen objectief op zichzelf staand gegeven is, maar toegekend wordt in het samenspel van allerlei canoniserende personen (literatuurgeschiedschrijvers) en instanties (de literaire kritiek). Dat betekent niet dat Misbaar een dogmatische verzameling teksten is geworden over het ‘literaire systeem’ voor vakgenoten. Mede door Joostens frisse stijl is het een boek geworden waaraan een breed publiek van geïnteresseerde lezers plezier kan beleven.
Misbaar opent met een beschouwing over de nog altijd moeizame verhouding tussen de liefhebbende (letterlijk) amateur-lezer versus de beroepslezers. In de hoofdstukken erna worden op allerlei wijzen literaire strategieën tegen het licht gehouden. Zo laat Joosten bijvoorbeeld zien hoe een, volgens de gangbare mythe louter individualistische en wereldafgewende dichteres als Ida Gerhardt toch zorgvuldig haar literaire netwerk onderhield, of hoe een publiekslieveling als Kluun toch ook graag literair serieus genomen wil worden.
Het middendeel van het boek laat zien hoe literaire mythes ontstaan en bekijkt een aantal klassieke teksten vanuit een nieuwe invalshoek. Zo blijkt Willem Termeer, hoofdrolspeler in Emants’ Een nagelaten bekentenis, bij nauwkeurige lezing helemaal niet de moordenaar van zijn vrouw te zijn en blijkt Frits van Egters vooral een aangepaste burgerman.
Het slotdeel van Misbaar behandelt voornamelijk de literaire kritiek, een van de prominente instanties die literatuur tot literatuur maken. Hier wordt ingegaan op Joostens eigen wederwaardigheden als poëziecriticus en het besluit met een pleidooi voor een Geschiedenis van de naoorlogse Literatuurkritiek (en hoe die aan te pakken).

Jos Joosten geeft verrassende inkijkjes in de literaire strategie van publieksauteurs Ida Gerhardt en Kluun, kijkt kritisch naar de retorische manoeuvres van Ilja Leonard Pfeijffer en gaat in op de schijntegenstelling tussen ‘echte’ letterliefde en literatuurwetenschap. Maar Joosten stelt in Misbaar ook nog altijd de tekst centraal en komt zo tot spannende nieuwe inzichten in klassiekers als De Avonden en Een nagelaten bekentenis.

Stukken uit Misbaar werden eerder gepubliceerd in uiteenlopende tijdschriften als DW&B en Literatuur, maar zijn in deze publicatie herschreven tot delen van één doorlopend betoog, dat au fond een belangrijke bijdrage is vanuit de letterkundige hoek aan de hoogst actuele canondiscussie. De wijze waarop Joosten gangbare werken en literaire patronen in een nieuw licht zet, maakt Misbaar tot een verrassend en uniek boek.

  Bijlagen